Ondanks alle stempels en veelbelovende nietjes dreigt het toch nog mis te gaan met de school. Onze advocaat laat eerst wekenlang niets horen, zodat ik uiteindelijk via mijn mailinglist wat mensen op pad stuur die terugkomen met het treurige nieuws dat we toch geen punten hebben gekregen en dus zijn afgewezen voor de school. In een laatste wanhoopspoging proberen we met terugwerkende kracht een appartement te huren zodat we alsnog kunnen aantonen dat we er best wonen, heel Fuengirola is -onder aanvoering van onze Britse makelaar met pitbull-mentaliteit- voor ons aan het rennen en het draven om een oplossing te vinden, maar uiteindelijk weet één van de advocaten te achterhalen dat het geen zin zal hebben omdat we niet meer achteraf ons adres kunnen wijzigen. De mañanamentaliteit van de Spanjaarden waar we volgens iedereen zo aan zullen moeten wennen is in ieder geval niet doorgedrongen tot het Andalucische provinciebestuur. Regels zijn regels, en deadlines zijn deadlines.
De posterijen hanteren nog wel het beruchte Spaanse kwartiertje. We proberen ons al maanden in te schrijven voor een Spaanse ziektekostenverzekering, maar ook daar zit geen progressie in. Dagelijks bel ik onze advocaat of hij al post voor ons heeft onvangen, maar volgens hem is het geen uitzondering als die doodleuk een maand of drie onderweg is. Uiteindelijk bel ik maar eens met de verzekeraar waar ze inmiddels de wanhoop nabij zijn omdat ze al vier keer hebben geprobeerd een aangetekende brief naar ons te versturen, die echter steeds weer terugkomt omdat er op het kantoor van onze advocaat niemand is om de brief in ontvangst te nemen. Zo langzamerhand begint het vermoeden te dagen dat onze advocaat eigenlijk de enige is die dat Spaanse kwartiertje nog in ere houdt. Zo is het kantoor na de siësta eigenlijk nooit meer te bereiken, en gaan ze opeens doodleuk op vakantie net als wij in een juridische crisis zitten.
Maar verder zijn alle Spanjaarden waar we tot nu toe te maken hebben gehad heel competent. Nu ja, er was ook nog die andere makelaar waar we dat huurappartement mee proberen te regelen en die wekenlang niets liet horen terwijl we enorme haast hadden, maar die was achteraf ook gewoon ontslagen wegens incompetentie en dat pakte voor ons nog gunstig uit ook, want omdat zij in al haar incompetentie had vergeten te vermelden dat de huurprijs exclusief licht en water was, krijgen we dat nu van haar kantoor cadeau. Het is wel waar dat haar baas nu ook al weer wekenlang niets heeft laten horen -ondanks eerder beloften om uiterlijk vorige week te laten weten welke voorzieningen aanwezig zijn in het appartement zodat ik weet wat ik moet inpakken- maar die heeft het vast gewoon druk. Neem ik dan maar aan.
Nee, in Nederland is het tenminste goed geregeld en weet je precies waar je aan toe bent. Het opzeggen van onze telefoonlijnen bij KPN ging gewoon lekker gesmeerd. Een simpel briefje dat we onze twee ISDN-lijnen en twee analoge lijnen (waarvan we er eentje al twee jaar geleden hadden opgezegd, maar die de laatste maanden opeens weer is komen opduiken op de facturen) willen opzeggen per 3 juli. En dan krijg je ook gewoon keurig binnen 5 werkdagen een briefje terug om te bedanken voor de opdracht en de bevestiging dat alle lijnen per 25 juni zullen worden afgesloten. Goed, die vergissing kan iedereen maken. Even een paar telefoontjes en nog wat briefjes. En dan godzijdank de bevestiging weer heel beleefd per post "uw opzegging is op uw verzoek geannuleerd." Hm. Drie brieven en vijf telefoongesprekken later raken we toch wat gefrusteerd. Max hangt inmiddels bijna huilend aan de telefoon met wéér een medewerkster van de klantenservice. "Als je zoiets hoort bij Ook dat nog of leest in de consumentengids is het wel geestig, maar nu het me zelf overkomt vind ik er niets aan" jammert hij. Weer beloftes, nu gaan ze het echt regelen. Waarschijnlijk betalen we abonnementskosten tot 2011, maar dat is het wel waard om nu eindelijk van dat gedonder af te zijn.
Dat het bij UPC niet zo makkelijk zou zijn wisten we al langer. We zijn immers al jaren met ze in conflict over zakelijk internet dat we lang geleden hebben opgezegd, maar waarvan de abonnementskosten nog maandelijks door hun worden geïncasseerd. Af en toe belt er een deurwaarder omdat er nog een rekening van 50 euro blijkt open te staan. Als we laten weten dat we niet van plan zijn die te betalen zegt zo'n deurwaarder dan dreigend dat het dan zal uitlopen op een rechtzaak. We reageren dan opgewekt. We kunnen niet wachten zeggen we, want we krijgen ook nog duizenden euro's van UPC die ze onterecht hebben geïncasseerd. Weet deze meneer misschien al een datum voor de rechtzaak? We zullen het zeker vrij houden in onze agenda. Meestal horen we dan weer een hele tijd niets van zo iemand. Maar nu moesten wij natuurlijk iets van hun. Internet opzeggen. Dat bleek veel makkelijker dan gedacht, al ruim een week voor de verhuizing bleek het internet uitgeschakeld. Een telefoontje met de helpdesk was verhelderend, door een technische fout was ons internet al afgesloten. Een technische fout? Ja, iemand die de datum verkeerd had gelezen. Opnieuw aansluiten leek ze bij UPC niet de moeite. Daar dachten wij anders over -internet is nogal bedrijfskritisch- maar dat zou dan wel drie dagen duren. Na lang zeuren kregen we een dame aan de lijn die beloofde dat het maar één dag zou duren. De volgende dag: géén internet. Weer met de helpdesk bellen en de situatie uitgelegd. Nee meneer, dat duurt een week om weer aan te sluiten. We eisen met de dame te spreken die het in één dag kon aansluiten, die krijgen we niet te spreken maar op magische wijze blijkt opeens onze verbinding toch weer gereactiveerd te zijn.
Afgelopen vrijdag smijt Max triomfantelijk een brief van UPC op mijn toetsenbord. "Geachte meneer/mevrouw, welkom als nieuwe klant bij UPC...." Ik geef het op met ze, de volgende keer dat de deurwaarder belt overleg ik wel over hoe we dit gaan oplossen. Nu we dan toch internet hebben nog maar snel even wat betalingen doen. Onze Spaanse bankrekening bij Banesto blijkt te zijn afgesloten. Porqué? Als u een jaar niets doet met uw rekening wordt hij automatisch afgesloten, mevrouw. Het argument dat we die rekening pas sinds februari hebben leek niet relevant. Waarom we dan geen bericht hebben gehad over deze afsluiting? Ach, dat zal wel naar een verkeerd adres zijn gestuurd zegt ze schouderophalend. Ja, of de post heeft er drie maanden over gedaan, denk ik zelf.
De verhalen over het opzeggen van de postbus, het doorsturen van de post en het regelen van de telefoonbeantwoordservice zal ik jullie besparen. Ik geloof dat we qua zakelijke mentaliteit niet echt hoeven te wennen straks in ons nieuwe land. Of je nu in Spanje of Nederland bent, de mañanamentaliteit omhelzen ze overal. Dat is alvast lekker vertrouwd.
zondag, juni 25, 2006
zondag, april 02, 2006
Miffy va a la escuela
Als verantwoordelijke Amsterdamse yuppen willen we natuurlijk een weldoordachte keuze maken. Dat stuit in Spanje direct op een muur. Letterlijk, want alle scholen in Spanje zijn omgeven door hoge muren en hekken en niemand komt er zomaar in of uit. Toen we illegaal met wat juffen mee naar binnen glipten werden we direct in opgewonden Spaans terecht gewezen door de concierge. Even de school bekijken? Daar doen we hier niet aan mevrouw. Open dagen? Nooit van gehoord.
Dat vraagt dus om een list, waarvan we de techniek bij elke school steeds meer weten te verfijnen. In het daarvoor aangegeven uurtje melden we ons bij het secretariaat om ons kind in te schrijven. Ik stort een enorme stapel papieren op het bureau van de secretaresse en meld opgewekt dat ik mijn kind wil inschrijven maar dat dat de enige zin Spaans is die ik ken. Max gaat in geduldige wacht-houding met Isa in de hal staan. Zegt dan onschuldig "kijk daar Isa!" waarbij hij diep een gang in wijst, heel goed wetend dat Isa daar natuurlijk direct in zal rennen, zodat hij haar wel achterna móet gaan en weet die truc nog vaak genoeg te herhalen om een flink stuk van de school te verkennen. Ondertussen oefen ik zonnig mijn drie woorden Spaans op de steeds wanhopiger worden secretaresse, die echter nog steeds haar inschrijfformulieren niet wil prijsgeven.
De secretaresses van scholen hechten erg aan hun inschrijfformulieren. Om die laatste hobbel te nemen hebben we hulp gekregen van onze makelaar. Op mijn verzoek heeft zij in het Spaans een briefje opgesteld waarop zóu moeten staan uitgelegd dat we ons nog niet in de stad kunnen inschrijven omdat ons huis officieel nog niet bestaat, maar gezien de reacties staat er waarschijnlijk dat we twee gevaarlijke gekken zijn die amok zullen maken tot we papieren krijgen. Als bij magie leidt het briefje altijd direct tot het overhandigen van de formulieren.
We eindigen na de verkenningstocht dus met een flinke stapel formulieren, en met het woordenboek bij de hand weten we te ontcijferen dat: a) we uiterlijk 31 maart ons kind moesten inschrijven, b) inschrijving gebeurt door het inleveren van allerlei ingewikkelde formulieren en officiële documenten waarvan het grootste deel voor ons niet beschikbaar is omdat we nog niet in Spanje wonen, c) de plaatsing geschiedt door een lotingssysteem, waarbij voorkeur wordt gegeven aan kindjes die kunnen bewijzen dat ze uit de buurt komen/gehandicapt zijn/uit een groot gezin komen/een universitaire vooropleiding hebben (hier en daar zijn we niet helemaal zeker van de vertaling), d) als je je kind niet met het 3e jaar ingeschreven weet te krijgen, het vrijwel onmogelijk is om ooit nog een plaats te vinden op een openbare school omdat er eenvoudigweg geen plek meer is.Het schooltje waar we gezien de ligging van onze woning voor in aanmerking komen, ligt ergens in de bergen. Diep in de bergen. Het lijkt Max onzin om daar te gaan kijken, omdat we er zonder auto toch nooit kunnen komen, maar ik blijf koppig. Het andere dichtsbijzijnde schooltje bevalt me niet en ik hoop nog steeds te stuiten op zo'n idyllisch wit gebouwtjes met oranje daken waar de kinderstemmetjes vrolijk weerklinken in zonnige frisse gangen. Dus bepakt met extra water gaan we op pad. Onder de groene hemel, in de blauwe zon de bergen in. Binnen drie minuten zijn we al verdwaald. En na een uur ronddolen op de bochtige bergweggetjes, waarbij pikhouwelen soms geen overbodige luxe zouden zijn, zijn we er alleen maar meer van overtuigd dat we ons kind hier nooit kunnen brengen. Waar is hier een school in de buurt? Weet ik te vragen aan een kwiek oud dametje dat voorbij loopt. Ze trekt een treurig gezicht, en wuift nog veel verder de bergen in. "Muy lejos" heel ver. We geven het op voor vandaag. De volgende dag huren we een auto'tje en proberen het opnieuw. Met even weinig succes en veel frustratie, wagenziekte en vastlopen op enge ravijntjes en uiteindelijk zelfs het besluit om op te geven, maar dankzij ons koppig doorzettingsvermogen en ware doodsverachting weten we uiteindelijk het schooltje te vinden: Een idyllisch wit gebouwtjes met oranje daken waar de kinderstemmetjes vrolijk weerklinken in zonnige frisse gangen! De juf Engels wordt uit de klas gehaald om als tolk op te treden, en zonder al te veel moeite weten we de formulieren te bemachtigen. Even rondkijken in de buurt, besluiten we. Misschien stopt er een bus in de buurt. We slaan een bocht om, en nog eens, en staan tot onze stomme verbazing op heel bekend terrein. Nog geen tien meter van het treinstationnetje waarvan het treintje twee haltes verder voor onze deur stopt. Op onze versimpelde kaart stond niet aangegeven dat het bergdorp eigenlijk heel simpel te bereiken was vanuit de stad!
Nu alle bezwaren weg zijn, weten we zeker dat dit de school van onze keuze is. Dat treft, want het is ook de school waar we de meeste punten voor krijgen vanwege de plek waar ons huis staat. Ware het niet dat ons huis daar nog niet officiëel staat. Dat mag onze advocaat verder allemaal oplossen. Samen met haar vullen we de formulieren in, en zij voegt een aantal documenten toe waaruit moet gaan blijken dat wij weliswaar nog niet in de buurt wonen, maar dat wel binnenkort gaan doen. Op de laatste dag van onze vakantie wandelen we weer naar de school. (vanuit ons hotel een half uur lopen in plaats van de drie uur die we eerder hadden gebruikt per auto). Allebei onze nette kleren aan, Isa's haren nog eens extra gekamd. Alsof het iets uitmaakt. Vol spanning kijken we hoe de secretaresse onze documenten ontvangt. De brief van de advocaat zegt haar niets, ze mist nog steeds documenten die wij niet kunnen produceren. "Geef haar het briefje van de makelaar" sist Max, en als laatste wanhoopspoging doe ik dat. En weer doet dat briefje zijn magie (wat zou er toch stáán???). De secretaresse knikt, begint driftig al onze papieren te stempelen en bevestigt het daarna vinnig aan elkaar met de nietmachine. Wij mogen gaan. Begin april horen we of we zijn aangenomen. Op de terugweg halen we toch wel opgelucht adem. "Die stempels vond ik wel bevredigend" beken ik Max, "dat was vast een goed teken". Max zelf geeft toe dat hij vooral erg opgetogen raakte van het nietje. "Dan kan het volgens mij niet meer misgaan." Of het nu aan het nietje ligt, of aan de stempels, we hebben goede hoop. Isa va a la escuela. Nu maar eens op zoek naar "Nijntje gaat op het potje", want het schijnt dat je in Spanje van school gestuurd wordt als je meer dan drie keer in je broek hebt gepoept. Maar het kan ook zijn dat daar de vertaling weer iets te vrij is geweest.
dinsdag, januari 24, 2006
Hoe ver het roer gaat...
Als je gaat emigreren moet je natuurlijk je hele leven met een goeie klap omgooien. Geitenhoeden op een heuvel ergens in het binnenland met in de wijde omtrek slecht drie buurmannen (die -zoals Max graag zegt- gezamelijk niet meer dan zes tanden hebben). Een wijngaard overnemen en zelf onze eigen druiven aanstampen en wijn bottelen. Of een oude villa kopen om met veel liefde en inspiratie te verbouwen tot een stijlvol hotel. Voor dat laatste plan lopen wij zelf het meeste warm. Een hotel voor de upperclass, de intellectueel. Met mooi ruime, esthetische kamers, regelmatig kamerconcerten en lezingen en een goed ingerichte bibliotheek. Met personeel dat weet waar je moet zijn voor ècht lekker eten, of originele niet-toeristische bezienswaardigheden. Een droomhotel ging het worden, we zouden er zelf wel op vakantie willen.
Nu wil het toeval van de tijdgeest dat er blijkbaar enorm veel mensen rondlopen met dit soort ideeën. Alleen in de U.K. zijn dat er al genoeg om ettelijke televisie-series mee te vullen. Series die wij met relieuze toewijding volgen om te zien hoe het anderen vergaat en wat de valkuilen zijn. Welnu, die valkuilen blijken bijvoorbeeld dat je als stadmens niet op een berg moet willen zitten geitenhoeden. Dat is misschien een half jaartje leuk, en die buurman met drie tanden is misschien nog iets langer geestig, maar nog binnen het jaar vlieg je gillend tegen de muren van je blokhut op en wil je weer terug naar de beschaving. Gewone winkels waar je voorgesneden sla kunt kopen, waar je mensen kunt ontmoeten die gewoon een keer per jaar naar de tandarts gaan. Trouwens, geiten stinken ook nog eens verschrikkelijk.
Maar ons classy hotel dan, daar zit toch wel toekomst in? Ruim 90% van de emigranten uit de televisieseries hebben hun hoop gevestigd op het toerisme. Ze gaan weg uit de U.K. omdat ze het gejaagde leven van hard werken en weinig tijd voor elkaar willen ontvluchten. Ze willen weer genieten van het leven en van hun gezin. Ze kopen een ruïne, schrapen hun spaargeld bij elkaar voor de verbouwing, en daar begint de ellende. De vergunningen zijn nooit in orde en de bureaucratische molen draait veel te langzaam, de plaatselijke arbeidsmoraal strookt niet met hun verwachtingen, het budget is te laag, de tijd is te kort, de funderingen deugen niet, de telefoon wordt nooit aangesloten, kortom: Murphy kijkt homerisch lachend mee over de schouder van alle emigranten.
En àls ze dan uiteindelijk -na zich diep in de schulden gestoken te hebben- de tent een jaar te laat open hebben en er komen wat klanten, dan begint het pas goed. Zij staat om zes uur op om het ontbijt klaar te maken. Hij rijdt de hele dag heen en weer met zijn gasten van en naar het vliegveld, de dierentuin of de skilift. Zij zweet boven een mislukte stoofpot, boent de w.c.'s, maakt de bedden op en valt om negen uur 's avonds uitgeput in bed terwijl hij nog tot diep in de nacht drankjes schenkt en afwast. Met holle ogen zuchten ze in de camera dat ze nooit gelukkiger zijn geweest. Ik herhaal nog maar even: ze gingen weg uit de UK omdat ze het gejaagde leven van hard werken en weinig tijd voor elkaar willen ontvluchten.
We leren veel van die series. Geen geitenhoeden. Geen druiven kweken. Geen ruïne verbouwen met te weinig budget en te weinig kennis van de mores daar. Geen horeca-gelegenheid waar je dag en nacht voor in de weer moet zijn. We beginnen heel saai en veilig. In een nieuwbouwhuis, in een toeristenstad met een grote expatgemeenschap en dus genoeg mogelijkheden om een betaalde baan te vinden. En vanuit daar gaan we dan wel op zoek naar die oude villa met een wijngaard in de tuin. Vooruit, misschien wil ik tegen die tijd ook wel een geitje...
Nu wil het toeval van de tijdgeest dat er blijkbaar enorm veel mensen rondlopen met dit soort ideeën. Alleen in de U.K. zijn dat er al genoeg om ettelijke televisie-series mee te vullen. Series die wij met relieuze toewijding volgen om te zien hoe het anderen vergaat en wat de valkuilen zijn. Welnu, die valkuilen blijken bijvoorbeeld dat je als stadmens niet op een berg moet willen zitten geitenhoeden. Dat is misschien een half jaartje leuk, en die buurman met drie tanden is misschien nog iets langer geestig, maar nog binnen het jaar vlieg je gillend tegen de muren van je blokhut op en wil je weer terug naar de beschaving. Gewone winkels waar je voorgesneden sla kunt kopen, waar je mensen kunt ontmoeten die gewoon een keer per jaar naar de tandarts gaan. Trouwens, geiten stinken ook nog eens verschrikkelijk.
Maar ons classy hotel dan, daar zit toch wel toekomst in? Ruim 90% van de emigranten uit de televisieseries hebben hun hoop gevestigd op het toerisme. Ze gaan weg uit de U.K. omdat ze het gejaagde leven van hard werken en weinig tijd voor elkaar willen ontvluchten. Ze willen weer genieten van het leven en van hun gezin. Ze kopen een ruïne, schrapen hun spaargeld bij elkaar voor de verbouwing, en daar begint de ellende. De vergunningen zijn nooit in orde en de bureaucratische molen draait veel te langzaam, de plaatselijke arbeidsmoraal strookt niet met hun verwachtingen, het budget is te laag, de tijd is te kort, de funderingen deugen niet, de telefoon wordt nooit aangesloten, kortom: Murphy kijkt homerisch lachend mee over de schouder van alle emigranten.
En àls ze dan uiteindelijk -na zich diep in de schulden gestoken te hebben- de tent een jaar te laat open hebben en er komen wat klanten, dan begint het pas goed. Zij staat om zes uur op om het ontbijt klaar te maken. Hij rijdt de hele dag heen en weer met zijn gasten van en naar het vliegveld, de dierentuin of de skilift. Zij zweet boven een mislukte stoofpot, boent de w.c.'s, maakt de bedden op en valt om negen uur 's avonds uitgeput in bed terwijl hij nog tot diep in de nacht drankjes schenkt en afwast. Met holle ogen zuchten ze in de camera dat ze nooit gelukkiger zijn geweest. Ik herhaal nog maar even: ze gingen weg uit de UK omdat ze het gejaagde leven van hard werken en weinig tijd voor elkaar willen ontvluchten.
We leren veel van die series. Geen geitenhoeden. Geen druiven kweken. Geen ruïne verbouwen met te weinig budget en te weinig kennis van de mores daar. Geen horeca-gelegenheid waar je dag en nacht voor in de weer moet zijn. We beginnen heel saai en veilig. In een nieuwbouwhuis, in een toeristenstad met een grote expatgemeenschap en dus genoeg mogelijkheden om een betaalde baan te vinden. En vanuit daar gaan we dan wel op zoek naar die oude villa met een wijngaard in de tuin. Vooruit, misschien wil ik tegen die tijd ook wel een geitje...
zondag, januari 22, 2006
Ludieke details
A room with a view
Een paar plaatjes vanuit de bouwput. Het uitzicht vanaf de voorkant, en het uitzicht vanaf de zijkant. Ik heb nog veel meer foto's, maar de techniek achter dit blog ontgaat met nog een beetje, dus voorlopig krijg ik ondanks veel stoeien niet meer dan twee plaatjes keurig in een blogje. Jullie zullen het er even mee moeten doen. En ach, waarschijnlijk is het voor ons toch veel interessanter dan voor jullie...

Het uitzicht vanaf de voorkant van ons terras. De zee ligt op zeven minuten lopen op de heenweg, en tien minuten op de terugweg (want bergop).

Het uitzicht vanaf het zijterras. Een stukje mystieke mistige bergen. Mochten we de zee ooit zat worden.
Het uitzicht vanaf de voorkant van ons terras. De zee ligt op zeven minuten lopen op de heenweg, en tien minuten op de terugweg (want bergop).
Het uitzicht vanaf het zijterras. Een stukje mystieke mistige bergen. Mochten we de zee ooit zat worden.
Dromen
Waarom we in het allertreurigste restaurant van de allertreurigste badplaats van Turkije opeens geïnspireerd raakten om naar Spanje te emigreren zal altijd wel een raadsel blijven. Misschien dat die troosteloze omgeving het laatste duwtje was dat de balans deed omslaan van 'home sweet home' naar 'nothing to lose'. Alanya in het voorseizoen is geen aanrader. Maar het was daar dat we besloten om ooit, in de niet al te verre toekomst, ons leven om te gooien en het te gaan proberen in een mediterraan land.
De redenen? Omdat Max wel een beetje uitgeblust was na 12 jaar een eigen bedrijf draaien en een op de klippen gelopen huwelijk en toe was aan een verse start met een jonge meid in een andere wereld. De jonge meid was al geregeld -ik namelijk, maar ik hoop dat die toevoeging overbodig was- nu nog de andere wereld. En ik? Ik verlangde mijn hele leven al naar de zon. Op een metafysisch niveau denk ik dat ik altijd heb ingezet op de tropen. Vlak voordat ik verwekt werd, kreeg mijn vader een aanbod om in Djakarta te gaan werken. Mijn ouders hadden al bijna besloten het aanbod aan te nemen, maar bliezen het op het allerlaatste moment af omdat mijn moeder zwanger bleek van mij. Bummer. Als je de antroposofen moet geloven -en dat doet mijn moeder- kiest een kind zelf de ouders. Ik had natuurlijk mijn ouders uitgekozen vanwege dat voorgenomen vertrek naar Indië, maar ironisch genoeg was ik juist de reden dat dat vertrek niet doorging. Zoals mijn broer zou zeggen: daar was ik toch verdraaid lelijk mee in de aap gelogeerd.
Maar daar in dat schelverlichte restaurant besloten we tot een herkansing. Max voor een nieuw leven, ik voor de warmte. Natuurlijk weet je dat als je je zoiets voorneemt, het er nooit van komt. De praktische dingen in het leven zullen altijd in de weg blijven staan. De tienerzoon van Max die bij ons woonde, geld, werk, het bedrijf. Maar alleen maar samen dromen is ook al een prachtige toevoeging aan je leven.
De vakanties daarna worden er in ieder geval een stuk leuker van. In elke plaats wandelen we rond alsof we daar misschien wel zullen gaan wonen. Fantaserend wat we daar zullen gaan doen, welk huis we wel zouden willen kopen. We turen urenlang in de etalages bij makelaars, lopen kilometers om zodat we een huis kunnen bekijken dat te koop staat. En reizen daarna weer tevreden terug naar Amsterdam waar we eigenlijk ook wel heel gelukkig zijn.
Ook in Fuengirola spreken we met makelaars en bekijken we huizen. We spreken expats over het leven daar en de mogelijkheden om werk te krijgen. We onderzoeken het klimaat. We laten ons ompraten om te gaan kijken naar een nog niet voltooid nieuwbouwproject. Het is de laatste dag van de vakantie. Lacherig drinken we vooraf een wijntje op het terras van de vakantiebungalow. "Lekker veel drinken" zegt Max, "dan vinden we het zo mooi dat we het kopen". We voelen ons wat schuldig dat we de makelaar belazeren, we zijn immers helemaal niet serieus. Voorlopig zit het emigreren er voor ons toch nog niet in, maar we spelen onze rol met overgave.
Op de terugweg naar ons vakantiebungalow zitten we achterin de auto van de makelaar zwijgend naast elkaar. Tijdens het avondeten zegt Max kleintjes dat hij niet had verwacht dat het zó'n mooi huis zou zijn. Ik knik vertwijfeld. We zwijgen weer verder. We rekenen. We proberen rationeel te zijn. De volgende ochtend vroeg vliegen we terug naar Amsterdam. Twee dagen later faxen we het voorlopige koopcontract naar Spanje. De bouw van het huis zal nog een jaar duren, maar het nieuwe leven is vanaf die dag begonnen: we gaan het doen, we gaan het ècht doen, we gaan onze droom najagen. We gaan naar Spanje!
De redenen? Omdat Max wel een beetje uitgeblust was na 12 jaar een eigen bedrijf draaien en een op de klippen gelopen huwelijk en toe was aan een verse start met een jonge meid in een andere wereld. De jonge meid was al geregeld -ik namelijk, maar ik hoop dat die toevoeging overbodig was- nu nog de andere wereld. En ik? Ik verlangde mijn hele leven al naar de zon. Op een metafysisch niveau denk ik dat ik altijd heb ingezet op de tropen. Vlak voordat ik verwekt werd, kreeg mijn vader een aanbod om in Djakarta te gaan werken. Mijn ouders hadden al bijna besloten het aanbod aan te nemen, maar bliezen het op het allerlaatste moment af omdat mijn moeder zwanger bleek van mij. Bummer. Als je de antroposofen moet geloven -en dat doet mijn moeder- kiest een kind zelf de ouders. Ik had natuurlijk mijn ouders uitgekozen vanwege dat voorgenomen vertrek naar Indië, maar ironisch genoeg was ik juist de reden dat dat vertrek niet doorging. Zoals mijn broer zou zeggen: daar was ik toch verdraaid lelijk mee in de aap gelogeerd.
Maar daar in dat schelverlichte restaurant besloten we tot een herkansing. Max voor een nieuw leven, ik voor de warmte. Natuurlijk weet je dat als je je zoiets voorneemt, het er nooit van komt. De praktische dingen in het leven zullen altijd in de weg blijven staan. De tienerzoon van Max die bij ons woonde, geld, werk, het bedrijf. Maar alleen maar samen dromen is ook al een prachtige toevoeging aan je leven.
De vakanties daarna worden er in ieder geval een stuk leuker van. In elke plaats wandelen we rond alsof we daar misschien wel zullen gaan wonen. Fantaserend wat we daar zullen gaan doen, welk huis we wel zouden willen kopen. We turen urenlang in de etalages bij makelaars, lopen kilometers om zodat we een huis kunnen bekijken dat te koop staat. En reizen daarna weer tevreden terug naar Amsterdam waar we eigenlijk ook wel heel gelukkig zijn.
Ook in Fuengirola spreken we met makelaars en bekijken we huizen. We spreken expats over het leven daar en de mogelijkheden om werk te krijgen. We onderzoeken het klimaat. We laten ons ompraten om te gaan kijken naar een nog niet voltooid nieuwbouwproject. Het is de laatste dag van de vakantie. Lacherig drinken we vooraf een wijntje op het terras van de vakantiebungalow. "Lekker veel drinken" zegt Max, "dan vinden we het zo mooi dat we het kopen". We voelen ons wat schuldig dat we de makelaar belazeren, we zijn immers helemaal niet serieus. Voorlopig zit het emigreren er voor ons toch nog niet in, maar we spelen onze rol met overgave.
Op de terugweg naar ons vakantiebungalow zitten we achterin de auto van de makelaar zwijgend naast elkaar. Tijdens het avondeten zegt Max kleintjes dat hij niet had verwacht dat het zó'n mooi huis zou zijn. Ik knik vertwijfeld. We zwijgen weer verder. We rekenen. We proberen rationeel te zijn. De volgende ochtend vroeg vliegen we terug naar Amsterdam. Twee dagen later faxen we het voorlopige koopcontract naar Spanje. De bouw van het huis zal nog een jaar duren, maar het nieuwe leven is vanaf die dag begonnen: we gaan het doen, we gaan het ècht doen, we gaan onze droom najagen. We gaan naar Spanje!
Abonneren op:
Posts (Atom)